Collectie: NMEA 2000

NMEA 2000 backbone met T-stukken, dropkabels en terminators

NMEA 2000

De ruggengraat van je systeem aan boord

NMEA 2000 is één kabelstreng waar alles aan hangt. Kaartplotter, instrumenten, sensoren, marifoon, stuurautomaat en motor delen er dezelfde gegevens over, zodat je niet overal losse meters en dubbele bekabeling nodig hebt.

Hier vind je alles om er een te bouwen of uit te breiden: kabels en T-stukken van Maretron en Actisense, terminators, voedingskabels, doorvoeren en afdekdoppen. En de modules waarmee je motorgegevens, tankniveaus, temperaturen en alarmen op je scherm krijgt.

Een netwerk dat rammelt is bijna altijd terug te voeren op drie fouten. Die staan in de keuzehulp, met de maten waar je je aan moet houden.

Keuzehulp: zo bouw je een netwerk op, en waar het meestal misgaat — open voor de regels, maten en veelgestelde vragen

Een netwerk bestaat uit vijf dingen

  1. Een backbone. De ruggengraat: één doorlopende kabel van voor naar achter. Alles hangt daaraan.
  2. T-stukken. Voor elk apparaat één T in de backbone. Apparaten komen nooit in de backbone zelf te zitten.
  3. Dropkabels. Van het T-stuk naar het apparaat. Houd ze kort.
  4. Voeding. Één voedingspunt, bij voorkeur ongeveer in het midden van de backbone, met een zekering volgens de handleiding van je voedingskabel — meestal 3 tot 5 ampère.
  5. Twee terminators. Één aan elk uiteinde. Niet één, niet drie.

De maten waar je je aan houdt

Wat Maximum Waarom het misgaat
Lengte van één dropkabel 6 meter Langere drops vervormen het signaal. Dit is de fout die het vaakst gemaakt wordt bij een apparaat ver weg
Alle dropkabels bij elkaar 78 meter Veel korte drops tellen ook op. Bij een groot systeem loop je hier tegenaan
Terminators Precies 2 Eentje vergeten of er drie in hebben geeft storingen die lijken op een defecte sensor
Voedingspunten 1 Twee voedingen geeft spanningsverschillen over de streng

Werkt je netwerk onbetrouwbaar? In negen van de tien gevallen is het één van deze drie: een ontbrekende of dubbele terminator, dropkabels die te lang zijn, of voeding op het uiteinde in plaats van in het midden. De vierde mogelijkheid is corrosie in een connector die buiten of in de bilge zit. Een apparaat dat "soms wegvalt" is zelden kapot.

Micro, Mid of Mini?

Dat is de dikte van de kabel, en je kiest op de lengte van je netwerk en het aantal apparaten.

  • Micro-C — de dunne, gebruikelijke maat. Voor de meeste pleziervaart is dit wat je nodig hebt.
  • Mid — de tussenmaat, bij langere strengen of meer apparaten.
  • Mini — de zware uitvoering voor lange netwerken op grotere schepen.

Ze zijn onderling te koppelen met een verloopstuk, maar begin bij voorkeur met één maat. Terminators zijn er per maat en per geslacht: Micro-C mannelijk en vrouwelijk, Mini mannelijk en vrouwelijk, en er is een inline terminator voor krappe plekken.

Praktisch spul dat het verschil maakt

  • Field-attachable connectoren (recht en haaks, mannelijk en vrouwelijk) — die zet je ter plekke op een kabel. Daarmee trek je een kabel door een nauwe doorvoer en monteer je de stekker pas daarna. Scheelt een gat boren dat groter moet dan nodig.
  • Bulkhead feed-thru — een nette, afgedichte doorvoer door een schot.
  • Afdekdoppen voor ongebruikte T-stukken. Een open connector in een vochtige ruimte is een corrosieprobleem dat een seizoen later komt opdagen.
  • Haakse adapters — als er achter een apparaat geen ruimte is voor de bocht in de kabel.

Wat kun je er allemaal op hangen?

Dit is waar het interessant wordt, en waar Maretron en Actisense binnenkomen. Een netwerk is niet alleen voor navigatie — je kunt er je hele schip op uitlezen.

Wat je wilt zien Wat je daarvoor nodig hebt
Motorgegevens van een moderne motor Maretron J2K100 — vertaalt J1939 van de motor naar NMEA 2000
Motorgegevens van analoge meters Actisense EMU-1 — leest je bestaande wijzermeters uit en zet ze op het netwerk
Tankniveaus Maretron TLM100 — voor alle vloeistoffen behalve benzine
Temperaturen Maretron TMP100 met probes voor uitlaatgas of omgevingslucht
Alarmen: rook, water in de bilge, deur of luik open Maretron SIM100 schakelindicator met magneetcontacten, rook- en hittemelder en waterdetector
Wind en weer Maretron WSO200 wind- en weerstation
Koers en positie Maretron SSC300 solid-state kompas en GPS200 GPS/WAAS-antenne
Alles op je telefoon of laptop Actisense W2K-1 of WGX-1 (wifi), NGX-1 (USB) en de Maretron IPG100 internet gateway

Dat laatste is voor wie zijn boot in de winter aan de kant heeft liggen best waardevol: een waterdetector in de bilge en een temperatuurvoeler, plus een gateway, en je ziet vanaf de bank of alles goed staat.

Oudere apparatuur koppelen

SimNet is de oudere aansluiting van Simrad en B&G. Elektrisch is het hetzelfde, alleen de stekker is anders — met de SIMKIT3 adapterkit hang je SimNet-apparatuur gewoon aan een Micro-C netwerk. Er is ook een SimNet ruisfilter voor als er storing op de lijn staat.

Heb je apparatuur op NMEA 0183, dan zet je er een gateway tussen, zoals de Actisense NGX-1. Zie NMEA 0183.

Veelgestelde vragen over NMEA 2000

Wat heb ik nodig om te beginnen?

Een backbone, twee terminators, een voedingskabel en een T-stuk per apparaat, plus een korte dropkabel per apparaat. Geef door wat je wilt aansluiten en hoe je boot in elkaar zit, dan stellen wij de lijst samen — inclusief de lengtes, want daar zit het rekenwerk.

Micro, Mid of Mini — wat neem ik?

Micro-C voor de meeste boten. Mid of Mini bij een lange streng of veel apparaten. Weet je het niet, geef dan je scheepslengte en het aantal apparaten door; wij rekenen na of je binnen de maten blijft.

Is SimNet hetzelfde als NMEA 2000?

Elektrisch wel, de stekker niet. Met een adapterkabel of de SIMKIT3 koppel je SimNet-apparatuur aan een Micro-C netwerk. Wij leveren die adapters.

Kan ik mijn motorgegevens op mijn plotter krijgen?

Meestal wel. Moderne motoren spreken J1939 — daar zet je een J2K100 brug tussen. Heb je nog analoge meters, dan leest de Actisense EMU-1 die uit en zet ze op het netwerk. Geef merk en bouwjaar van je motor door, dan zoeken we uit welke route klopt.

Mijn apparaat valt soms weg. Is het kapot?

Zelden. Kijk eerst naar de terminators, dan naar de lengte van de dropkabel, dan naar het voedingspunt, en dan naar de connectoren in vochtige ruimtes. Een netwerk dat net over de maten heen zit werkt op een rustige dag prima en laat het afweten als het rommelig wordt.

Kan AML het netwerk aanleggen?

Ja, vanuit Apeldoorn en Bruinisse. Wij tekenen het netwerk uit voordat er een kabel wordt getrokken: waar de backbone loopt, waar de voeding komt en welke lengtes je nodig hebt. Dat is een half uur werk vooraf dat je een seizoen storing zoeken bespaart.

251 producten