Maretron: weten wat je boot doet
Je kaartplotter laat zien waar je bent. Maretron laat zien wat de rest van het schip doet — tanks, brandstofverbruik, accu's, temperaturen, water in de bilge, of er een luik openstaat. Het loopt allemaal over het NMEA 2000-netwerk, naar een eigen display of vanuit huis naar je telefoon. Zeven groepen; kies wat je wilt zien.
Displays en software
Maretron heeft eigen schermen, zodat bewaking niet hoeft te concurreren om ruimte op je plotter. De TSM810C is een 8 inch touchscreen, de DSM570 (5,7") en DSM410 (4,1") zijn high-bright displays voor een stuurstand, en de MBB300C is een black box die een monitor naar keuze aanstuurt. N2KView is de pc-software waarmee je eigen dashboards bouwt, en de WSV100 MConnect webserver zet die in een browser.
Bekijk displaysTanks en vloeistofniveaus
De TLM100 is een ultrasone tankgever zonder bewegende delen, en dat is precies de reden om er een te plaatsen — niets dat vastloopt of corrodeert zoals een vlottergever. Geschikt voor tanks tot 40 inch, ongeveer een meter, voor alle vloeistoffen inclusief diesel, benzine uitgezonderd. Voor diepere of grillig gevormde tanks is er de FPM100 vloeistofdrukmonitor, die tot zes tanks uitleest met onderdompelbare druktransducers, en de TLA100 adapter voor bestaande gevers.
Bekijk monitoringBrandstofverbruik — wat je echt verstookt
Een tankmeter vertelt wat er nog in zit. Een doorstroomsensor vertelt wat je op dit moment verstookt, en dat is wat je in staat stelt je zuinige kruissnelheid te vinden in plaats van ernaar te gissen. De FFM100 monitor werkt met sensoren die passen bij het verbruik van je motor, van de M1AR met 2 tot 100 liter per uur tot de M16AR met 10 tot 100 liter per minuut. Er is ook een water-in-brandstofdetector, en dat is de goedkoopste verzekering tegen een slechte bunkerbeurt.
Bekijk monitoringAccu's, wisselstroom en schakelen
De DCM100 bewaakt je gelijkstroomaccu's — spanning, stroom, laadtoestand en resterende tijd, en dat laatste is het getal waar het voor anker echt om gaat. De ACM100 doet hetzelfde aan de wisselstroomkant, met een 400 A transducer voor de zware groepen, en de CLM100 leest elke 4–20 mA gever uit. Voor schakelen is er de CLMD12 MPower 12-kanaals DC-lastmodule en de DCR100 relaismodule.
Bekijk stroom en schakelenAlarmen — de boot die zelf belt
De ALM100 alarmmodule en de SIM100 schakelindicator zijn het duo dat metingen in waarschuwingen omzet. Daaromheen: de BHW100 waterdetector voor de bilge, de SH-003 rook- en hittemelder, magneetcontacten voor luiken en kasten in opbouw-, verzonken en cilinderuitvoering, de TMP100 met uitlaatgas- en omgevingsprobes, en de IRHT vocht- en temperatuursensor voor vochtige bergingen.
Bekijk monitoringNavigatiesensoren
De WSO200 is een ultrasoon wind- en weerstation: schijnbare windsnelheid en -richting, luchtdruk, luchttemperatuur en vochtigheid, zonder bewegende delen die slijten of in het want haken. Een eigen kompas heeft hij niet — koppel hem aan het SSC300 solid-state kompas, dat koers en draaisnelheid levert, en je hebt ware wind. Verder de GPS200 GPS/WAAS-antenne, de DST110 triducer voor diepte, snelheid en temperatuur tot 100 meter, en de RAA100 roerstandadapter.
Bekijk sensorenGateways, netwerk en kabel
De J2K100 vertaalt J1939 van een moderne motor naar NMEA 2000, de USB100 zet het netwerk op een laptop, en de IPG100 maakt het bereikbaar over IP — zo kijk je vanuit huis naar je boot. De VDR100 legt de hele datastroom vast. De netwerkonderdelen lopen van losse dropkabels tot bulkrollen van 750 meter, met Micro-C-, Mid- en Mini-connectoren met metalen behuizing, terminators, T-stukken, schotdoorvoeren en de NBE100 busverlenger.
Bekijk NMEA 2000Wat bewaking je echt oplevert, en hoe je een installatie plant — open voor de details
Waarom dit naast een kaartplotter?
Omdat navigatie-elektronica niets vertelt over de boot zelf. Het meeste dat duur misgaat — een tank die leegloopt, een pomp die het begeeft, een bilge die volloopt, een accubank die stilletjes sterft, een koelkast die in twee weken warm werd — kondigt zich ruim van tevoren aan, maar alleen als er iets meet. Deze modules zetten de rest van je schip op het netwerk dat je al hebt.
Je boot bekijken als je er niet bent
Dit is de combinatie die het plannen waard is. Een waterdetector in de bilge, een temperatuurprobe, een accumonitor, een paar magneetcontacten op de luiken — en een IPG100 of WSV100 MConnect om het bereikbaar te maken. Dan kijk je er vanuit huis naar, in N2KView of gewoon in een browser. Voor een boot die de hele winter in een box ligt is dat iets anders dan elke maand naar de haven rijden. Walstroom en een stabiele internetverbinding bij de ligplaats zijn de twee praktische voorwaarden; die lopen we vooraf met je door.
Begin bij de vraag, niet bij de module
Het Maretron-programma is breed genoeg om er makkelijk het verkeerde uit te kopen. Werk daarom andersom: benoem wat je wilt weten. "Hoeveel brandstof heb ik nog" is een TLM100 of een FPM100. "Wat verstook ik bij deze snelheid" is een FFM100 met een sensor die bij je motor past. "Halen de accu's de nacht" is een DCM100. "Waarschuw me als er water binnenkomt terwijl ik thuis ben" is een BHW100 plus een gateway. Stuur ons de vraag, dan noemen wij de module.
Micro, Mid of Mini?
Dat is de kabeldikte, gekozen op de lengte van de streng en het aantal apparaten. Micro-C is de gebruikelijke maat voor pleziervaart, Mid de tussenmaat, Mini de zware uitvoering voor lange netwerken op grotere schepen. Ze koppelen met een verloopstuk, maar begin bij voorkeur met één maat. Terminators zijn er per maat én per geslacht, en dat is het detail dat mensen verkeerd bestellen.
De rest van de netwerkregels — één doorlopende backbone, precies twee terminators, één voedingspunt ongeveer in het midden, dropkabels van elk onder de 6 meter en samen onder de 78 — staan op onze NMEA 2000-pagina. Klopt dat, dan verschijnen de modules gewoon op je scherm. Klopt het niet, dan ben je op jacht naar een "kapotte sensor" die niet kapot is.
