Veiligheid op zee

Veiligheid op zee: zo zorg je dat je gevonden wordt als het misgaat

Iedereen aan boord heeft reddingsvesten, dat is het makkelijke deel. De vraag die veel minder vaak gesteld wordt is: als het vanavond misgaat, hoe weet iemand dan waar je bent? Veiligheid op zee draait uiteindelijk om die ene keten: alarm slaan, gezien worden en gevonden worden.

In deze gids lopen we die keten stap voor stap door. Wat doet een marifoon, waar houdt die op en neemt een noodbaken het over, wanneer heb je een EPIRB nodig en wanneer een PLB, en wat is er in Nederland verplicht. We gebruiken apparatuur van ACR als voorbeeld, omdat we dat merk voeren en de modellen goed kennen. De logica erachter geldt voor elk merk.

ACR GlobalFix V6 EPIRB noodbaken aan boord op zee

Veiligheid op zee begint niet bij techniek

De meeste incidenten die wij terughoren beginnen klein. Een motor die afslaat op een ongelukkig moment, een zeil dat blijft hangen, iemand die uitglijdt op een nat dek. Wat er daarna gebeurt hangt af van voorbereiding: wist de rest van de bemanning wat te doen, lagen de juiste spullen op de juiste plek, en was er een manier om hulp te bereiken.

Techniek is dus de laatste laag, niet de eerste. Maar het is wel de laag die het verschil maakt zodra je zelf niets meer kunt doen. Daarom is het handig om je veiligheidsuitrusting te bekijken als vier stappen die elkaar opvangen.

  • Stap 1, alarm slaan: marifoon met DSC. Eén druk op de rode knop stuurt je positie en MMSI naar de Kustwacht en naar alle schepen in de buurt. De Nederlandse Kustwacht luistert kanaal 16 en DSC-kanaal 70 permanent uit en is ook bereikbaar via 0900-0111.
  • Stap 2, alarm slaan als stap 1 niet meer kan: een 406 MHz noodbaken. Geen bereik, geen stroom, geen tijd, of je zit al in het vlot. Een EPIRB of PLB gaat via satelliet en werkt wereldwijd.
  • Stap 3, zichtbaar worden voor schepen in de buurt: een SART of een baken met AIS zet je terug op het scherm van elk schip dat in de omgeving zoekt.
  • Stap 4, gezien worden op de laatste honderd meter: vestlichten, stroboscopen en noodsignalen. De satelliet brengt een helikopter dichtbij, daarna moet iemand je met het blote oog vinden.

Veiligheidsmiddelen aan boord in één overzicht

Deze middelen vervangen elkaar niet, ze vangen elkaar op. Hoe verder je van de wal komt, hoe meer lagen je nodig hebt.

Middel Waar het voor is Bereik Bekijk
Marifoon met DSC Eerste keuze om alarm te slaan en te blijven praten met de Kustwacht Kustwacht en schepen binnen VHF-bereik VHF en AIS
EPIRB Noodbaken van het schip, komt bij Cat I automatisch vrij bij zinken Wereldwijd via Cospas-Sarsat, minimaal 48 uur Noodbakens
PLB Persoonlijk noodbaken op je reddingsvest, ook bij man-over-boord Wereldwijd via Cospas-Sarsat, 24 tot 28 uur Noodbakens
SART (radar of AIS) Maakt een reddingsvlot zichtbaar voor zoekende schepen Lokaal, ongeveer 5 zeemijl SART-transponders
Survival marifoon GMDSS-marifoon voor in het reddingsvlot, verzegelde noodbatterij Schepen en kuststations binnen VHF-bereik GMDSS marifoons
Vestlicht en noodsignaal Gezien worden op de laatste honderd meter, ook in het donker Zichtafstand, tot enkele kilometers Reddingsverlichting

EPIRB of PLB: wat is nu echt het verschil?

Technisch doen ze hetzelfde. Bij activering gaat er een digitale mayday met je positie via het Cospas-Sarsat satellietnetwerk naar het dichtstbijzijnde reddingscoördinatiecentrum. Het verschil zit in waar het baken zit op het moment dat je het nodig hebt.

  • Een EPIRB hoort bij het schip. Hij zit in een beugel of behuizing aan dek, staat geregistreerd op je MMSI en zendt minimaal 48 uur uit. Een Category I uitvoering komt bij zinken vanzelf vrij.
  • Een PLB hoort bij de persoon. Hij zit op je reddingsvest of in je zak, weegt een paar honderd gram en activeer je zelf. Zendtijd is doorgaans 24 tot 28 uur.
  • De pijnlijke praktijk: een EPIRB die nog aan een varend schip vastzit helpt iemand die overboord ligt niet. En een PLB in een jaszak in de kajuit helpt niemand.

Voor kustvaren en binnenwater is een PLB per opvarende vaak het meest zinvolle begin. Ga je oversteken of langer uit de kust, dan is een EPIRB de basis, bij voorkeur aangevuld met een PLB per persoon. Twee onafhankelijke alarmbronnen geven de Kustwacht bovendien bevestiging dat het geen vals alarm is.

ACR ResQLink PLB bevestigd op een reddingsvest voor veiligheid op zee

Waar je bij een EPIRB op let

Bij ACR zijn dat op dit moment twee modellen, en het verschil tussen die twee laat goed zien waar het bij elk merk om draait.

De GlobalFix V5 AIS zendt naast het satellietsignaal ook een AIS-noodmelding uit. Schepen binnen VHF-bereik zien je dus meteen als doel op hun plotter, terwijl de satellietroute loopt. Dat is winst in druk bevaren gebied zoals de Noordzee, waar het eerste schip vaak sneller ter plaatse is dan een helikopter.

De GlobalFix V6 heeft geen AIS, maar wel Return Link Service en NFC. Return Link Service betekent dat een blauw lampje op het baken gaat branden zodra je noodbericht daadwerkelijk is ontvangen en je positie bekend is. In een vlot, zonder verdere communicatie, is dat lampje het enige dat je vertelt dat er iemand onderweg is. Met NFC houd je je telefoon tegen het baken en lees je uit hoe de batterij ervoor staat en wanneer de laatste zelftest is gedaan.

Verder gelden voor elke EPIRB dezelfde aandachtspunten: minimaal 48 uur zendtijd, een 121,5 MHz homingsignaal voor de laatste kilometers, een flitslicht in wit en infrarood voor helikopters met nachtzicht, en een batterij die na ongeveer tien jaar of na activering vervangen moet worden.

Category I of Category II, wat heb je nodig?

Het verschil zit alleen in hoe het baken uit de houder komt.

  • Category I zit in een hydrostatische behuizing die tussen 1,5 en 4 meter diepte vanzelf loslaat. Het baken drijft op, wordt nat en begint uit te zenden zonder dat er iemand aan te pas komt.
  • Category II neem je zelf uit de beugel. Compacter en voordeliger, prima voor kustvaren, maar het vraagt wel dat iemand er nog bij kan.
  • Let op de montageplek. Een Cat I behuizing moet vrij naar boven kunnen opdrijven. Onder een bimini of tussen het want doet hij niets.
  • De ontkoppeling heeft een eigen vervaldatum. Een hydrostatische release vervang je elke twee jaar, los van de batterijtermijn van het baken.

PLB's: klein, maar alleen als je hem draagt

Een PLB is de goedkoopste manier om het gat te dichten tussen "het schip vaart nog" en "ik lig in het water". De ResQLink 400 weegt 144 gram en drijft. De View-uitvoeringen hebben een klein display dat je eigen GPS-coördinaten toont, handig als je nog telefoon- of marifooncontact hebt en je positie wilt doorgeven. De RLS-uitvoeringen bevestigen, net als de V6, dat je oproep is aangekomen.

Geen abonnement, geen maandkosten, geen bedieningscertificaat. De batterij gaat ongeveer vijf jaar mee. De enige echte valkuil is dat het ding thuis in een la ligt of onderin de grab bag. Hang hem aan je vest en laat hem daar zitten.

Wat je in Nederland moet regelen

Dit is het stuk waar de meeste verwarring zit, dus kort en duidelijk. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) schrijft voor dat je zowel een EPIRB als een PLB aanmeldt.

  • EPIRB: registreren bij de RDI, waarna je een MMSI-nummer krijgt dat in het baken geprogrammeerd wordt. Je leverancier doet dat voor je. Het baken komt op je zendmachtiging te staan.
  • Bedieningscertificaat: voor het gebruik van een EPIRB is minimaal het Marcom-B verplicht. Voor een PLB is geen certificaat nodig.
  • PLB: ook aanmelden bij de RDI, met je persoonlijke identificatiecode en bereikbaarheidsgegevens. Die gaan door naar de Kustwacht.
  • Geen abonnement: Cospas-Sarsat wordt door overheden betaald. Er zijn geen maandelijkse of jaarlijkse kosten voor het satellietsysteem.
  • Vals alarm? Bel meteen het Kustwachtcentrum. Dat scheelt een zoekactie en veel geld.
  • Oud baken wegdoen? Niet bij het oud ijzer. Inleveren bij je leverancier, die zorgt voor ontmanteling.

Registratie is geen formaliteit. Zonder registratie weet de Kustwacht alleen dát er ergens een baken afgaat, niet wie je bent, wat voor schip je vaart of wie ze thuis kunnen bellen om te checken of je überhaupt vaart.

Zichtbaar voor schepen die zoeken: SART en AIS

Een reddingsvlot van rubber geeft vrijwel geen radarecho. Bij enige golfslag vaart een zoekend schip er zo langs, ook als het weet dat je ergens in dat vak ligt.

Een radar-SART lost dat op door actief te antwoorden op X-band radar. Op het scherm van dat schip verschijnt het onmiskenbare patroon van twaalf blips in een lijn, dat bij naderen overgaat in cirkels. De Pathfinder PRO staat 96 uur stand-by en werkt ook als er verder niets meer werkt.

Een AIS-SART werkt andersom en zendt zelf posities uit, zo'n acht berichten per minuut, zichtbaar op elk AIS-scherm binnen ongeveer vijf zeemijl en op walstations. Voor de pleziervaart is dat vaak praktischer, omdat bijna iedereen AIS aan boord heeft en lang niet iedereen radar gebruikt tijdens een zoekactie. Onder GMDSS is een SART verplicht voor commerciële schepen en voor elk vaartuig met meer dan één reddingsvlot.

ACR Pathfinder PRO radar SART in een reddingsvlot op zee

De grab bag: survival marifoon en de rest

Een gewone handmarifoon is prima aan dek, maar niet gebouwd voor een vlot. Een GMDSS survival marifoon heeft een verzegelde primaire lithiumbatterij die jaren stil kan liggen en dan nog vol is, start bij activering direct op kanaal 16 en is te bedienen met de handschoenen van een overlevingspak aan. De ACR SR303 heeft daarnaast NFC, zodat je de vervaldatum van de batterij met je telefoon uitleest in plaats van via een sticker die onleesbaar is geworden.

Wat verder in een grab bag hoort, ongeacht merk: je PLB (of aan je vest), een waterdichte zaklamp, water, je papieren, medicijnen, een reservetelefoon in een waterdichte hoes en een noodsignaal. Een drijvende noodtas is geen luxe, want een tas die zinkt terwijl je hem aanpakt is gewoon weg.

Gezien worden op de laatste honderd meter

Dit onderdeel wordt het vaakst overgeslagen en is het goedkoopst om op orde te brengen. Een hoofd in het water is 's nachts zonder licht vrijwel onzichtbaar, ook van tien meter afstand.

  • Reddingsvestlicht: een automatisch lampje dat in zoet en zout water vanzelf aangaat, zoals de ACR HemiLight 3. Past op vrijwel elk vest en kost een fractie van het vest zelf.
  • Stroboscoop: de Firefly PRO knippert meer dan 56 uur en is zichtbaar over ruim 4,8 kilometer. De Waterbug-uitvoering schakelt zichzelf in bij contact met water.
  • Markeerlicht voor de reddingsboei: het SM-3 gaat automatisch branden en blijft rechtop drijven, zodat de boei ook 's nachts vindbaar blijft.
  • Elektronisch noodsignaal: de ResQFlare Pro seint minimaal drie uur SOS in rood-oranje en infrarood. Een pyrotechnische fakkel brandt ongeveer dertig seconden, verloopt, en moet als klein vuurwerk worden afgevoerd.
  • Fluit: een simpele drijvende noodfluit aan je vest draagt verder dan schreeuwen en put je niet uit.

Zoeklichten: het verschil tussen zoeken en zien

Bij man-over-boord, bij het aanlopen van een haven in het donker of bij het terugvinden van een boei is een bestuurbaar zoeklicht onmisbaar. Let daarbij op candela, de lichtsterkte in de gebundelde straal, en niet op lumen.

De ACR RCL-serie loopt van de RCL-50 LED met ruim 100.000 candela voor kleinere en middelgrote schepen tot de RCL-95 met 440.000 candela en de HID-modellen RCL-300A en RCL-600A voor beroepsmatig werk op afstand. De RCL-85 is het eenvoudigst te installeren, omdat alle bediening draadloos gaat en er alleen een voedingskabel naar het licht loopt. De XRCiZ-functie beweegt het mechaniek elke dertig dagen automatisch, zodat het licht niet vastloopt door zout en stilstand.

ACR RCL-50 LED zoeklicht op een boot tijdens nachtelijke navigatie

Onderhoud: wat vervalt wanneer

Veiligheidsuitrusting is het enige aan boord dat je koopt in de hoop het nooit te gebruiken, en precies daarom vergeet iedereen het. Dit is het schema dat wij aanhouden.

  • Maandelijks: zelftest van EPIRB en SART, volgens de instructie van de fabrikant. Bij bakens met NFC lees je het testresultaat uit met je telefoon.
  • Elke twee jaar: hydrostatische ontkoppeling van een Cat I opstelling vervangen.
  • Circa vijf jaar: batterij van een PLB.
  • Circa tien jaar: batterij van een EPIRB, of eerder als het baken geactiveerd is geweest. Vervanging gebeurt bij een erkende dealer of batterijservicecentrum, dat het baken daarna opnieuw doormeet.
  • Jaarlijks, begin van het seizoen: vestlichten testen, batterijen van stroboscopen controleren, grab bag openmaken en de inhoud nalopen.
  • Bij verkoop of verhuizing: registratie bij de RDI bijwerken. Verouderde contactgegevens kosten in een echte situatie tijd.

Checklist per vaargebied

  • Binnenwater en beschut vaarwater: marifoon met DSC, reddingsvesten met automatisch vestlicht, fluit, en een PLB voor wie alleen vaart.
  • Kustvaren en Waddenzee: bovenstaande plus een PLB per opvarende, een elektronisch noodsignaal en AIS aan boord.
  • Oversteken en zeezeilen: EPIRB (Cat I als niemand er in nood meer bij kan), PLB per opvarende, grab bag met survival marifoon, SART, stroboscopen en reservebatterijen.
  • Beroepsvaart onder GMDSS: EPIRB, SART en survival marifoon volgens de eisen voor je vaargebied, met geldige keuringen en certificering (SOLAS, MED).

Mini woordenlijst

  • EPIRB: Emergency Position Indicating Radio Beacon. 406 MHz noodbaken dat bij het schip hoort en op het MMSI geregistreerd staat.
  • PLB: Personal Locator Beacon. Persoonlijk 406 MHz noodbaken dat je zelf draagt.
  • Cospas-Sarsat: het internationale, door overheden gefinancierde satellietsysteem dat 406 MHz noodsignalen opvangt en doorzet naar het dichtstbijzijnde reddingscentrum.
  • RLS: Return Link Service. Bevestiging via Galileo, zichtbaar als lampje op het baken, dat je noodbericht is ontvangen.
  • SART: Search and Rescue Transponder. Maakt een vlot zichtbaar op radar of op AIS.
  • HRU: Hydrostatic Release Unit. De ontkoppeling die een Cat I baken bij zinken vrijgeeft, te vervangen om de twee jaar.
  • GMDSS: Global Maritime Distress and Safety System, het internationale stelsel voor nood- en veiligheidscommunicatie op zee.

Ons eerlijke advies

Begin bij wat je écht draagt. Een PLB aan het vest van iedere opvarende levert meer veiligheid op dan een duurder baken dat in een kast ligt. Vaar je verder dan de kust, dan is een EPIRB de basis en kies je Cat I zodra het scenario denkbaar is dat niemand er meer bij kan.

En vergeet het goedkoopste deel niet. Vestlichten, een fluit en een elektronisch noodsignaal kosten samen minder dan één baken, maar bepalen wel of je op de laatste honderd meter gezien wordt.

Veelgestelde vragen over veiligheid op zee

Wat is het verschil tussen een EPIRB en een PLB?

Een EPIRB hoort bij het schip, staat geregistreerd op het MMSI en zendt minimaal 48 uur uit. Een Cat I EPIRB komt bij zinken automatisch vrij. Een PLB draag je zelf, activeer je met de hand en zendt doorgaans 24 tot 28 uur uit. Beide gebruiken 406 MHz via Cospas-Sarsat.

Moet ik mijn noodbaken in Nederland registreren?

Ja, zowel een EPIRB als een PLB meld je aan bij de RDI. Bij een EPIRB krijg je een MMSI-nummer dat in het baken geprogrammeerd wordt. Zonder registratie weten de reddingsdiensten niet wie er alarm slaat.

Heb ik een certificaat nodig voor een noodbaken?

Voor het gebruik van een EPIRB is minimaal het Marcom-B certificaat verplicht. Voor een PLB is in Nederland geen bedieningscertificaat nodig.

Zijn er abonnementskosten voor een 406 MHz noodbaken?

Nee. Het Cospas-Sarsat systeem wordt publiek gefinancierd. Je betaalt het baken, de registratie loopt via de RDI en verder zijn er geen abonnementskosten.

Is een AIS-baken een alternatief voor een EPIRB?

Niet als vervanging. AIS werkt lokaal en is alleen zichtbaar voor schepen met AIS binnen ongeveer vijf zeemijl. Dat is snel en nuttig in druk gebied, maar alarmeert geen reddingsdienst als er niemand in de buurt is. Satelliet en AIS vullen elkaar aan, en sommige bakens doen daarom allebei.

Hoe vaak moet ik mijn EPIRB testen?

Voer maandelijks de zelftest uit volgens de handleiding. Slaagt die, dan werkt het baken. Laat daarnaast de batterij op tijd vervangen en controleer bij een Cat I opstelling de vervaldatum van de hydrostatische ontkoppeling.

Wat neem ik mee als ik het schip moet verlaten?

Blijf zo lang mogelijk bij het schip, want dat is beter te vinden dan een persoon. Moet je eruit, neem dan de grab bag, de survival marifoon en je PLB mee (of draag die al) en zorg dat de EPIRB meegaat of geactiveerd achterblijft.

Twijfel je wat je aan boord nodig hebt?

Veiligheidsuitrusting koop je niet elke week, en de keuzes zijn bepaald niet vanzelfsprekend. Wij kijken graag mee naar je vaargebied, je huidige uitrusting en wat er voor jouw schip verplicht of verstandig is. Van de juiste categorie EPIRB tot registratie, programmering en de plek aan boord waar het baken ook echt kan opdrijven.

Officieel dealer, snelle levering en advies van mensen die zelf varen.

 

Terug naar blog